Nieuwe vliegtuigen worden meer en meer van composiet gemaakt. Maar de luchtvaart-onderhoudsmarkt was daar eigenlijk nog niet op voorbereid.

Schade aan composiet is van buitenaf vaak niet te zien, terwijl er toch iets kapot zou kunnen zijn aan de vezels in het materiaal. Onderhoud van composiet is om die reden ook heel anders dan bij metaal. Zowel het techniekonderwijs als MRO-bedrijven hebben er nog onvoldoende kennis van. Nieuwe methoden en technieken voor onderhoud en reparatie van composiet moeten worden ontwikkeld en gedeeld. Precies voor dat doel is er het Smart Industry fieldlab Development Center for Maintenance of Composites (DCMC).

DCMC

In het DCMC op Aviolanda Aerospace wordt gewerkt aan het oplossen van deze problemen. De focus ligt vooralsnog op de vliegtuigindustrie, maar cross-sectorale samenwerking staat ook hoog op de agenda. Want wie een rotor van een helikopter kan repareren, weet ook hoe om te gaan met bijvoorbeeld een blad van een windmolen op zee.

Waarom composiet?

De gang van metaal (vooral aluminium) naar composieten heeft alles te maken met gewicht en kosten. Moderne onbemande toestellen (drones) zijn bijvoorbeeld standaard van composiet. Maar ook in de burgerluchtvaart worden kunststoffen steeds belangrijker. Waar jumbojets vroeger vier motoren nodig hadden, zie je in de nieuwe generatie Boeings en Airbussen vooral tweemotorige versies verschijnen. Dat heeft alles te maken met de komst van composiet, een materiaal dat vele malen lichter is, zonder aan kracht te hoeven inboeten. Dat betekent een efficiënter brandstofgebruik en daarmee lagere kosten.

Maar hoewel composiet veel voordelen heeft, is het nog geen standaard in de luchtvaart. Bij toestellen voor langere vluchten, of bij vluchten met met veel tussenstops heeft metaal nog steeds de voorkeur.

Reparatie via robots

Inmiddels heeft DCMC zes projecten onder handen, variërend van scantechnieken om non-destructief onderzoek uit te voeren op het composietmateriaal, tot het automatiseren van de reparatie via robotisering en de toepassing van innovatie bij composiet windmolenbladen. Het zevende project is de ontwikkeling van de fieldlab-locatie zelf. Die werd op 29 april geopend.

Expertisecentrum DCMC wordt mogelijk gemaakt dankzij EFRO OPZuid, Provincie Noord-Brabant en de Regio Deal Makes and Moves.

Het ultieme maintenance-doel: 100% beschikbaarheid en een oneindige levensduur.